Vlaams minister Geert Bourgeois, bevoegd voor Onroerend Erfgoed, was gisteren te gast op de contactdagen van de Belgisch-Nederlandse Archeologen en Bouwhistorici 2011. Deze contactdagen, bijgewoond door zo’n 170 erfgoedspecialisten uit beide landen, zijn een pleidooi om archeologisch, bouwkundig en landschapsonderzoek systematisch te betrekken bij de planning van nieuwe ontwikkelingen.
België en Nederland kennen een sterke traditie van landelijke bewoning. Denken we maar aan de vele hoeves, erven en dorpskernen. Toch blijken die thema’s wetenschappelijk nog onontgonnen. We weten nog maar weinig over plattelands- en dorpssites, zeker wat de vroege en volle middeleeuwen (5e-12e eeuw) betreft. Dit betekent dat er ook weinig geweten is over de gewoontes van de gewone man uit die periodes. Over het thema landelijke bewoning wordt twee dagen gedebatteerd tijdens de Contactdagen van Belgische en Nederlandse middeleeuwse archeologen en bouwhistorici 2011.
In dicht bevolkte gebieden zoals Vlaanderen en Nederland staan die traditionele dorpskernen en vrije landelijke ruimtes soms onder druk van economische en industriële ontwikkelingen. Wat vandaag nog goed leesbaar is en waar relicten of landschappen nog kunnen onderzocht worden, kan dit over enkele jaren volledig veranderd zijn. Des te groter wordt het belang om erfgoedonderzoekers voorafgaandelijk te betrekken bij deze inrichtingstrajecten. Deze contactdagen zijn dan ook een pleidooi om archeologisch, bouwkundig en landschapsonderzoek systematisch te betrekken bij de planning van nieuwe ontwikkelingen. Door deze integrale benadering kan het beleid ook beroep doen op een goede onderbouw om cultuurhistorische valorisatie mogelijk te maken en maatschappelijk te verantwoorden.Een groeiend maatschappelijk draagvlak waar steeds meer projecten vanaf het begin rekening mee houden.
Zo concentreert één van de lezingen op het herontwikkelingsproject The Loop in Sint-Denijs-Westrem. De werken voor de aanleg van nieuwe wegen, kantoren, winkels en bedrijven werden voorafgegaan door een grondig archeologisch onderzoek van het bodemarchief. Het resultaat was dan ook verbluffend. Een ongekend nederzettingssysteem van de vroege middeleeuwen werd in kaart gebracht en leert ons meer over de nederzettingsvormen in zandig Vlaanderen en de dynamiek ervan vanaf de bronstijd tot en met de middeleeuwen. Resultaten die ook voor het publiek interessant en boeiend zijn. Er werd hier gekozen voor een integrale aanpak, waar de maatschappelijke meerwaarde van het project werd vertaald o.a. in een website www.archeotheloop.be. Deze website vertelt het verhaal van de site. Je kan als publiek de verschillende deelprojecten, de historische periodes en de achtergrondhistoriek volgen. Deze actieve inzet op ontsluiting is niet alleenstaand. Ook bij de opgravingen van het Arresthuis in Mechelen (Dossin Kazerne) en het onderzoek naar het middeleeuwse scheepswrak De Kogge, wordt ingezet op informatie en publieksparticipatie via websites en sociale media. De vraag naar participatie van de burger wordt steeds belangrijker en mag zeker in het kader van grote herinrichtingsprojecten niet vergeten worden. Dergelijke kanalen creëren een forum en directe betrokkenheid van de burger.
Gedurende twee dagen schetsen de sprekers van dit congres een beeld van de onderzoeken naar landelijke bewoning zowel in Brussel, Vlaanderen en Nederland en dit doorheen de tijd, met een sterke nadruk op de vroege en volle middeleeuwen (5e-12e eeuw). Er wordt stilgestaan bij de hiaten in de wetenschappelijke kennis, maar er wordt ook een overzicht gegeven van de recentste onderzoeksresultaten en tendensen op het vlak van landschapsarcheologie, plattelandsarcheologie, industrieel ruraal erfgoed, historische geografie, bouwkunst en landschapsonderzoek, en dit over alle grenzen heen. 170 erfgoedspecialisten afkomstig uit beide landen en verschillende sectoren zullen de contactdagen bijwonen in Brussel.
Ook op institutioneel vlak zijn er samenwerkingsverbanden. Deze contactdagen kwamen tot stand door de samenwerking van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Stichting Promotie Archeologie uit Zwolle (NL) en het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE). Voor meer informatie en presentaties kan u hier terecht.