Naar aanleiding van de 100ste verjaardag van de eerste wereldoorlog wordt het eerstewereldoorlogerfgoed in de frontstreek van Nieuwpoort tot Mesen geïnventariseerd.
Bijna 100 jaar geleden brak de eerste wereldoorlog uit die een groot deel van de wereld in een jarenlang conflict meesleurde. Wat bedoeld was als een oorlog die snel voorbij zou zijn, verzandde in een vier jaar durende stellingenoorlog. Geallieerde en Duitse troepen vochten voor enkele kilometers terreinwinst.
Eén van de conflicthaarden was de Westhoek op het Westerse front. Hoewel het bouwkundig erfgoed daar vrij goed bekend is, geldt dit minder voor het oorlogslandschap en de archeologische resten. Nochtans de laatste getuigen van een dramatische periode.
Het intense conflict liet diepe sporen na in het landschap en in het collectieve geheugen. Met de inventarisatie van de oorlogsrelicten willen we onderzoeken hoe het oorlogslandschap gevormd was. Wat was de impact van de oorlog op het landschap? En wat was de invloed van het landschap op de oorlog?
In een eerste fase bestaat het onderzoek uit een inventarisatie. Die is gebaseerd op de analyse van loopgravenkaarten uit 14-18, de analyse van hedendaagse datalagen zoals het digitale hoogtemodel en terreinbezoeken. Archeologische opgravingen aan de hand van proefsleuven op een twintigtal locaties in de frontzone moeten ons een idee geven van de bewaringstoestand van WO I-resten in de bodem.
In een tweede fase volgt een waardering van het WO I-erfgoed. Op termijn kan de inventaris gebruikt worden als basis voor de bescherming van dat oorlogserfgoed.
