Sociale woningbouw heeft een ontegensprekelijke erfgoedwaarde. Met deze studie kunnen we het erfgoedbeleid en het renovatieprogramma beter op elkaar afstemmen.
Vanaf oktober 2011 wordt in samenwerking met de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) een systematisch onderzoek uitgevoerd naar de erfgoedwaarden van het sociaal woningbouwpatrimonium in Vlaanderen. De aanleiding voor dit onderzoek is de doelstelling van de Vlaamse Regering om de sociale huurwoningen tegen 2020 volledig te renoveren op energetisch vlak. Door de studie kunnen de prioriteiten van het erfgoedbeleid en het renovatieprogramma beter op elkaar worden afgestemd.
Het sociale woningbouwpatrimonium draagt ontegensprekelijk een grote erfgoedwaarde in zich. Het vormt een belangrijk onderdeel van het architecturale, stedenbouwkundige en sociale verhaal van het wonen in Vlaanderen de afgelopen 100 jaar. Niet alleen weerspiegelt de sociale woningbouwsector bij uitstek algemeen gangbare opvattingen over bouwen en wonen, ze nam ook van bij de aanvang een voortrekkersrol op zich in het ontwikkelen en toepassen van nieuwe woonmodellen. Zo vertelt de sociale woningbouw het verhaal van de evolutie van de tuinwijk na de eerste wereldoorlog naar modernistische hoogbouw in de late jaren 1930, met een hoogtepunt in de naoorlogse periode - denk aan de Watersportbaan in Gent of de Luchtbal in Antwerpen. Vanaf de jaren 1970 werd de sociale woningbouw ook ingezet in de beweging van de stads- en dorpsherwaardering. Bekende en minder bekende architecten en stedenbouwkundigen droegen aan dit verhaal hun steentje bij.
Sociale woningbouw was dan ook vaak het proefterrein voor nieuwe methoden en opvattingen. Nieuwe bouwmaterialen en -technieken werden uitgetest. In de vroege jaren van wat toen nog “volkshuisvesting” heette, werden woningen gebouwd om ‘opvoedend’ te werken op het vlak van hygiëne of rationeel huishouden. Ook vooruitstrevende manieren van stedenbouw, vormgeving en planindeling werden toegepast – vaak met een kwalitatieve woonomgeving als resultaat. Het gaat daarbij meestal om groepswoningbouw in een stedenbouwkundig samenhangend geheel. De wijken die gebouwd werden binnen het kader van de sociale woningbouw behoren dan ook tot de weinige coherente gebouwengehelen die in onze op individualiteit ingestelde bouwcultuur tot stand kwamen.
In het project wordt op zoek gegaan naar die wijken en woningen waarin de erfgoedwaarde nog het best bewaard bleef, om zo – in samenspraak met de sociale huisvestingsmaatschappijen - te kijken hoe we deze ook voor de toekomst kunnen vrijwaren.
Concreet spitst het onderzoek zich toe op de huurwoningen van de sociale huisvestingsmaatschappijen en de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, die gebouwd werden voor 1985 en vandaag nog tot hun patrimonium behoren. Deze woningen worden onderworpen aan een grondig en systematisch, typologisch onderzoek van de erfgoedwaarden. Dit zal gebeuren in drie fasen, waarbij via tussentijdse resultaten een definitieve selectie van panden en gehelen met erfgoedwaarde wordt opgemaakt. De geselecteerde panden en wijken zullen na veldwerk, literatuur- en archiefonderzoek worden beschreven en opgenomen in de Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed. Daarnaast wordt in een rapport een algemene toelichting bij de selectiecriteria en erfgoedwaarden gegeven, alsook een beheersgerichte evaluatie van de erfgoedwaarden.
Dit onderzoeksproject is in samenwerking met de VMSW.