De Notelaer is een neoclassicistische belvedère in Hingene. Met behulp van een multidisciplinair erfgoedonderzoek, een integraal restauratieproject en publiekswerking wordt de authenticiteit en historiciteit van het gebouw en zijn omgeving terug zichtbaar gemaakt.
Het neoclassicistische paviljoen De Notelaer (1792-1797) werd in opdracht van Wolfgang-Guillaume d’Ursel en Flore d’Arenberg opgetrokken aan de Scheldedijk in Hingene, op ca. 1 km van het kasteel d'Ursel. Het paviljoen werd ontworpen door de internationaal vermaarde architect Charles De Wailly en de bouw gebeurde door een topteam van lokale uitvoerders en kunstenaars. Zowel de architectuur en de decoratieve afwerking, als de oorspronkelijke mix van uiteenlopende functies – belvedère met hertogelijke ontvangstsalons, woning voor de veerman en herberg – maken van het paviljoen een uniek gebouw.
In de 20ste eeuw raakte het paviljoen in onbruik en werd het beschadigd door de overstroming van 1953. De aankoop in 1964 door de familie Camu redde De Notelaer van verder verval en leidde tot de bescherming als monument in 1968. Na de aankoop in 1983 door de Vlaamse Gemeenschap, kreeg het paviljoen zijn nieuwe functie als 'Toeristisch Recreatief Onthaalcentrum van de Schelde'.
Na jarenlange fragmentarische herstellingen, was er nood aan een totaalvisie waarbij restauratie- en ontsluitingsopties hand in hand gaan met de nieuwe bestemming. De restauratie moet bovendien de authenticiteit en historiciteit van het gebouw terug zichtbaar maken. Daarom ging het VIOE in 2008 het engagement aan De Notelaer een mooie plaats in de toekomst te geven, samen met 5 partners: Erfgoed Vlaanderen, De Notelaer vzw, Toerisme Vlaanderen, Agentschap voor Natuur en Bos en Waterwegen en Zeekanaal nv.
Om een verantwoord masterplan voor de restauratie op te stellen besloten de partners het project te laten voorafgaan door multidisciplinair erfgoedonderzoek. In 2008-2009 boog het VIOE zich over het ontstaan en de evolutie van het paviljoen: de bouw- en restauratiegeschiedenis werden onderzocht en er gebeurde uitgebreid onderzoek naar de bouw- en afwerkingsmaterialen, de bouwfysische en -technische toestand, naar de parketvloer en de schilderingen van het salon. Alle betrokken kunstenaars en architecten werden bestudeerd. Ook het landschap werd onder de loep genomen en historisch en floristisch in kaart gebracht.
Eind 2008 werden de onderzoeksresultaten voorgesteld op een studiedag. In 2010 worden ze gepubliceerd in Relicta Monografie 5. Op basis van de onderzoeksresultaten stelt het VIOE een restauratievisie als leidraad voor het restauratieproject.