In 2008 startten we met het preventief onderzoek in het kader van de ontwikkeling van het Sigmaplan
In het kader van de ontwikkeling van het Sigmaplan gaan we na of er in de toekomstige overstromingsgebieden belangrijke sites dreigen te verdwijnen. Indien nodig worden aanbevelingen gedaan naar het behoud van dergelijke sites, of worden ze preventief opgegraven. Tot nog toe kwamen de Kalkense Meersen, Vlassenbroek/ Grote Wal- Kleine Wal- Zwijn, Durmevallei, De Bunt, en Dijlemonding aan bod. Dit onderzoek gebeurt in samenwerking met Waterwegen en Zeekanaal nv.
We beschrijven de evolutie van de vegetatie en het regionale en/of lokale milieu. Op basis van een groot aantal handboringen reconstrueren we de evolutie van de studiegebieden vanaf de Laat- glaciale periode (ca. 13.000 jaar geleden) tot nu. Door het identificeren van fossiele stuifmeelkorrels (pollen) uit oudere afzettingen (bv. met veen opgevulde geulen) maken we daarnaast ook een reconstructie van de vegetatie in het verleden.
We baseren ons op dit landschappelijk kader voor de selectie van zones voor archeologische prospectie. Deze prospectie gebeurt vooral met boringen, waarbij we monsters van de ondergrond nemen en analyseren op de aanwezigheid van bv. scherven of vuurstenen werktuigen. Daarnaast voeren we eveneens proefput- en geofysisch onderzoek uit.
Het historisch onderzoek maakt gebruik van oude kaarten en archieven. Zo krijgen we een beeld van het gebruik en de evolutie van het landschap in de laatste honderden jaren. Een terreininspectie gaat na welke relicten hiervan nog in het huidige landschap bewaard zijn.
Er is een uitgestrekt en goed bewaard fossiel landschap dat ‘begraven’ werd door latere overstromingsafzettingen van de Schelde en diens bijrivieren. Dit landschap, herkenbaar aan o.a. brede en diepe opgevulde geulen, is bijzonder rijk aan sites uit de zogenaamde midden- en nieuwe steentijd (meso- en neolithicum). We treffen echter ook sites uit andere periodes aan, o.a. uit de Romeinse periode en de middeleeuwen. Bovendien bevatten de huidige zichtbare landschappen talrijke historische relicten.
De combinatie van al deze gegevens biedt een boeiend nieuw beeld op de evolutie van de rivieren en diens landschappen in het beneden- Scheldebekken, en de relatie hiervan met de aanwezigheid en de activiteiten van de mens.